Jehova Tsidkenu : De Heere, onze Gerechtigheid! : De Geloofs- en Strijdkracht der Kerkhervormers (1817) - Ds. M. Friedrich Sander, in leven predikant te Wichlinghausen (Duitsland).
Vertaald en met eenige aantekeningen vermeerderd (1832) door dr. H.F. Kohlbrugge, in leven predikant te Elberfeld (Duitsland)
Bij de herdenking van Luther's 400ste geboortedag (1883) van een voorrede voorzien en uitgegeven door Ds. H.A.J. Lütge, in leven predikant te Amsterdam.
Bij de herdenking van Luther's 500ste geboortedag (1983) van een naschrift voorzien en uitgegeven door Dr. W. Aalders ('s-Gravenhage) en Ds. D. van Heyst (Ommen).
Fotografische herdruk van de derde druk : Scheffer, Amsterdam, 1883
Oorspronkelijk is het verschenen in Elberfeld ter gelegenheid van het derde eeuwfeest der Hervorming in 1817. De auteur is de Lutherse predikant M. Friedrich Sander uit Wichlinghausen (Duitsland).
Het geschrift geeft eerst een kort, duidelijk overzicht van Luther's ontwikkeling op grond van zijn boeken en brieven. In de titel: Jehova Tsidkenu: De Heere, onze gerechtigheid', die ontleend is aan Jeremia 23 6 en 33 : 16, ligt al uitgedrukt wat volgens de auteur het hart van Luther's prediking is geweest, namelijk de leer van de in Christus geschonken gerechtigheid. Uit één van Luthers brieven haalt hij deze regels aan: „Die leer is de hoofdsom en de hoeksteen; door haar alleen wordt de Kerk geteeld, gevoed, opgebouwd, bewaard, verdedigd, zodat zonder haar de Kerk geen ogenblik kan bestaan. Niemand kan in de Kerk recht leren, de tegenpartij met goed gevolg weerstand bieden, die zich aan dit leerstuk, aan deze heilzame leer niet houdt. ”
In het tweede deel van zijn boekje stelt de schrijver het heden onder de kritiek van het verleden. „Als de Heere, Onze gerechtigheid, de banier van de kerkhervormers is geweest, dan volgt daaruit onbetwistbaar, dat wij ook deze leer als het dierbaarst kleinood moeten aanmerken, en verplicht zijn die als zodanig te bewaren en te verdedigen. Zoals het ook onbetwistbaar is, dat wij als verraders van die Kerk te boek staan, wanneer wij deze leer neuswijs verwerpen”.
In wat dan volgt, wordt duidelijk wat de beweegreden van Sander was, om een boekje als dit het licht te doen zien. Met droefheid neemt hij rondom zich waar, dat er vele „zogenaamde……..